Hij was drieënzeventig en kwam met een ogenschijnlijk eenvoudige wens: begrijpen waarom hij ooit begon met roken.
De sigaretten waren inmiddels al een tijdje weg, maar iets in hem bleef trekken — alsof er onder die gewoonte nog een verhaal lag dat gehoord wilde worden.
Hij vertelde hoe het roken altijd opdook op overgangsmomenten: wanneer iets eindigde en iets nieuws begon.
Keuzemomenten, veranderingen, onzekere toekomst. Dan was er dat stemmetje dat zei: “Even een sigaretje.” Een kleine pauze, een uitstel van wat komen ging.
Maar achter dat uitstellen school iets groters. De angst om het niet goed te doen, om te falen misschien — een spanning die zich vastzette, die op depressie leek, en die uiteindelijk weer uitnodigde tot verslaving.
In het gesprek kwamen we bij de kern: de spanning van alleen zijn in een immense leegte. Naakt. Kwetsbaar.
In een sessie voelde hij opnieuw wat hij als kind ooit had gevoeld: het alleen zijn, het niet weten, het naakte gevoel van onthechting in een veel te grote wereld.
De sigaret was onbewust zijn manier geweest om met dat gevoel om te gaan.
Even houvast. Even niet alleen.
Ik gaf hem de opdracht er een schilderij van te maken.
Verslaving gaat zelden of nooit over het middel zelf.
Of het nu om een sigaret, een glas wijn, niet-eten, werk of de telefoon gaat — het is zelden dat waar het werkelijk om draait. Onder elk verslavingsgedrag schuilt meestal vroegkinderlijke trauma. Een gemis aan veiligheid, troost of verbinding.
Het proces om het verslavingsgedrag te erkennen en te transformeren is intens. Er is moed voor nodig.
Mijn uitnodiging start om met milde ogen te leren kijken. Naar jezelf. Naar de schaamte en zelfverwijt die vrijkomen in dit proces. Het ontwikkelen van compassie. Compassie voor het deel in jou dat ooit iets voelde dat te groot was om alleen te dragen.